Stemmingsmanagement: ken je bewoners

16 januari 2020 Stemmingsmanagement: ken je bewoners

‘Hoe eerder je in de gaten hebt dat een bewoner angstig of onrustig raakt, hoe groter de kans dat je het gedrag positief kunt beïnvloeden’, zegt Ingrid Rehmann, GZ-psycholoog bij Land van Horne, CCE-consulent en gastspreker voor StudieArena. Bij structureel onbegrepen gedrag is het belangrijk om te doorgronden waar de bewoner Behoefte aan heeft. Maar om de behoeften van de bewoner te vervullen, moet je hem/haar wel goed kennen. Tips voor het managen van stress bij bewoners.

Ingrid Rehmann verzorgde een workshop op de studiedag ‘Omgaan met complex gedrag in het verpleeghuis’ van StudieArena. Omgaan met complex gedrag is ook het centrale thema op de eerst volgende studiedag Geregeld Ontregeld in de VG (16 juni 2020). dag speciaal voor zorgprofessionals werkzaam in de verstandelijk gehandicaptenzorg.

Aansluiten bij de wensen en behoeften

Ieder mens heeft behoeften in het leven. Dr. Jacomine de Lange pleit voor het ondersteunen van behoeften. Als wezenlijke aspecten noemt zij:

  • Veiligheid
  • Genieten en plezierige activiteiten
  • Uiten van (positieve en negatieve) gevoelens
  • Positieve zelfwaardering
  • Autonomie of afhankelijkheid
  • Verbondenheid
  • Iets om handen hebben
  • Voor iemand van betekenis zijn

‘Als mensen een tekort ervaren op een of meerdere van deze behoeften, ervaren ze stress’, zegt Ingrid Rehmann. ‘Bij mensen met dementie, die niet goed kunnen aangeven wat er mis is, kan dat leiden tot probleem- of signaalgedrag. Ze geven aan dat er iets mis is, maar hoe kom je er achter wat dat is?’

Wat is de oorzaak?

In het multifactoriële model van Kitwood wordt gedrag gezien als de optelsom van vijf zaken:

  • P = Persoonlijkheid en coping
  • B = Biografie
  • L = Lichamelijke gezondheid
  • N = Neurologische schade
  • S = Sociale en omgevingsfactoren

Gedrag = P + B + L + N + S

Gedrag is in die visie het resultaat van een interactie tussen de verschillende factoren. Vanuit een medische bril wordt vaak gekeken naar L en N. Dat is immers de specialiteit van de zorg. En we kunnen interventies plegen om de gezondheid en het ziektebeeld te beïnvloeden, bijvoorbeeld met oefentherapie en medicatie. ‘Ingewikkelder wordt het als de knelpunten zich op de andere terreinen voordoen’, stelt Rehmann. ‘Want daarvoor moet je achtergrond van de bewoner goed kennen. In de praktijk blijkt dat daar nog een hoop werk te doen is.’

CCE-praktijk

Het centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) geeft advies bij ernstig probleemgedrag bij mensen in de langdurige zorg. ‘Als CCE-consulent word ik ingezet om mee te denken in de beeldvorming ten aanzien van complex probleemgedrag om te komen tot interventies die zowel voor het welbevinden van zowel de alsook het systeem eromheen positief zijn’, legt Ingrid Rehmann uit. ‘Iedere zorgorganisatie kan een beroep doen op het CCE. In veel gevallen komen we pas achter de oorzaak door breder te kijken, naar de verschillende aspecten van gedrag. Observaties en gesprekken met naasten zijn heel belangrijke bronnen van informatie welke daarom ook altijd ingezet worden.’

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding


Een voorbeeld

Rehmann vertelt: ‘Zo kwamen we er bijvoorbeeld bij een bewoonster achter dat koken en in de keuken actief zijn voor haar heel belangrijk was. Aan een goede maaltijd, waar ze positieve feedback op kreeg, ontleende ze haar eigenwaarde. In het verpleeghuis zocht ze vaak de keuken op, maar daar werd ze door de verzorgende uit weggeleid omdat ze bang waren dat mevrouw zich zou branden aan het gasfornuis of met ongewassen handen het voedsel aan zou raken. Zo ontstond verdriet en vervolgens woede bij haar waarbij ze de verzorgende na bleef lopen. Door haar een rol te geven bij het bereiden van de maaltijden kon haar onrust en boosheid weggenomen worden. Fijn voor haar, maar ook voor de andere bewoners en voor de medewerkers.’

Tijdig ingrijpen

Onbegrepen gedrag ontstaat vaak vanuit een opbouw van minimale gedragsveranderingen naar matige tot extreme gedragsveranderingen. Ingrid Rehmann pleit ervoor om daar extra alert op te zijn: ‘Dat we de opbouw (nog) niet zien, wil niet zeggen dat deze er niet is’. Door goede observaties kan je komen tot een signaleringsplan, waarmee je structureel kijkt naar gedrag en tijdig bij kunt sturen door in te gaan op de behoefte van de bewoner. Doel is natuurlijk om erger te voorkomen en de bewoner zo een zo prettig mogelijke tijd te bezorgen. Dat is niet alleen van belang voor hem of haar, maar ook voor de andere bewoners, de medewerkers en de naasten van alle bewoners. Want probleem- of signaalgedrag heeft een grote impact op iedereen. Voorkomen en bijsturen levert heel veel meer leefplezier op, voor iedereen!

Meer informatie training Anders kijken naar complex gedrag >