Juist in de zorg kan een aanraking goed doen

2 maart 2016 Juist in de zorg kan een aanraking goed doen

In de zorg staat het lichaam centraal. Maar een hand op de schouder, dat mag van de inspectie niet. Gaan de regels niet te ver, vragen Marian Verkerk en Joris Slaets zich af.

"Bij iedere grens is het belangrijk je af te vragen wat er eigenlijk achter steekt
."

Een schouderklopje, een aai over de bol of een knuffel, wie heeft daar geen behoefte aan? Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) mag het best, zolang het maar niet van de zorgprofessional komt. Een professionele houding betekent fysieke distantie, aldus de inspectie. 

"Ieder lichamelijk contact anders dan een hand geven gaat te ver," zo verwoordde een inspecteur voor de volksgezondheid voor het medisch tuchtcollege in Groningen. Een duidelijkere grens kun je niet krijgen. Transparante en ondubbelzinnige zorg, daar draait het om. Maar bij iedere grens is het belangrijk je af te vragen wat er eigenlijk achter steekt. Regels zijn er immers niet om zichzelf, maar vinden hun rechtvaardiging in iets anders dat ofwel moet worden bereikt of juist moet worden voorkómen.



Zorg

In dit geval gaat het vermoedelijk om het voorkomen van misbruik van de kwetsbare patiënt of cliënt. Die zorg over lichamelijk misbruik is terecht. We hoeven niet lang te zoeken naar voorbeelden van hulpverleners die de grenzen van het betamelijke overschrijden. Lichamelijke mishandeling en seksueel misbruik van kwetsbare personen zijn daden van vreselijke lafheid.

 Maar voorkóm je misbruik door ieder lichamelijk contact te verbieden dat verder reikt dan het handenschudden? Of erger, creëer je daarmee niet zorg die juist mensen in de steek laat?



Het feit dat er nog steeds 'horken' en 'ijskonijnen' in de zorg rondlopen die geen goed en betrokken gesprek kunnen voeren met hun patiënt, leidt toch ook niet tot het afschaffen van het gesprek in de spreekkamer? Zoiets als: het kan fout gaan in de spreekkamer, dus praten we maar helemaal niet meer met elkaar? Het simpele feit dat lichamelijk contact kán leiden tot misbruik, mag nooit voldoende reden zijn om dat contact te beperken tot een handdruk.

"Professionaliteit in de zorg betekent dat je dat juiste moment van lichamelijk contact goed kunt inschatten
."

Blijkbaar schuilt er nog iets anders achter. Het zou weleens met dat vermaledijde lichaam te maken kunnen hebben. Nergens als in de zorg staat het lichaam als object zo centraal. Het lichaam als optelsom van neuronen en genen, als kenbaar geheel van aandoeningen en ziekten.



Apparaat gebruiken

Wanneer we in de zorg bezig zijn met dit lichaam, dan vraagt dat om distantie zoals bij een lichamelijk onderzoek door een dokter. Dat is een instrumenteel contact dat we ook steeds meer vervangen door techniek. Niet meer zelf de pols voelen, maar een apparaat gebruiken.

 Maar mensen hebben niet alleen een lichaam, ze zijn ook een lichaam. Via ons lichaam ervaren we, voelen we, ruiken we.

 Het is juist die hand op je schouder die maakt dat je je even geborgen en getroost kunt voelen. Het is precies die aanraking op dat juiste moment, die zorgt dat je weet dat je er niet alleen voor staat. Een angstige patiënt gedurende enige tijd de pols vasthouden wordt heel anders ervaren dan het apparaat dat de pols registreert, en kan een noodzakelijk onderdeel zijn van goede zorg.



Professionaliteit in de zorg betekent dat je dat juiste moment van lichamelijk contact goed kunt inschatten. Dat betekent 'aandachtigheid' in de zorgrelatie: wat heb je nodig? Maar ook 'responsiviteit': ervaar je datgene wat ik doe als prettig en gepast?

 Zonder die twee deugden in een zorgrelatie dreigt er misbruik van macht in de zorg. Het is niet het lichamelijk contact dat al op zichzelf misbruik impliceert, het is de wijze waarop wij met elkaar als belichaamde personen omgaan. In die zin kan zelfs een kille handdruk meer kwaad dan goed doen.



Marian Verkerk: hoogleraar zorgethiek UMCG/Rijksuniversiteit Groningen

Joris Slaets: directeur Leyden Academy en hoogleraar ouderengeneeskunde UMCG

Bron: Trouw